Is het nou grafisch ontwerp, graphic design, grafische vormgeving, grafisch design of DTP? Welke computerprogramma’s gebruikt zo iemand nou eigenlijk? Moet je goed kunnen tekenen om grafisch ontwerper te worden? Vraag jij je dit soort dingen ook wel eens af? Geen zorgen, je bent niet de enige. Weg met vage termen. Lees hier concreet wat het inhoudt om grafisch vormgever te zijn. Of was het toch DTP-er…?

Grafisch ontwerper of DTP-er

De termen DTP, grafisch ontwerp, grafisch vormgeven en graphic design worden vaak door elkaar gebruikt. Ze hebben dan ook veel raakvlakken. Allereerst is grafisch ontwerp, grafisch vormgeven en graphic design hetzelfde; het een is simpelweg de Nederlandse term en het andere de Engelse. Als grafisch ontwerper, grafisch vormgever of graphic designer, houd je je bezig met het ontwerpen en vormgeven van lay-outs, logo’s, huisstijlen, flyers en ga zo maar door. Je hebt dus veel vrijheid om jouw creatieve ideeën tot uiting te brengen. Vaak werken grafisch vormgevers voor zichzelf, voor verschillende opdrachtgevers.

DTP staat voor desktoppublishing, wat zoveel als ‘publiceren met gebruik van een computer’ betekent. Als je ergens als DTP-er aan de slag gaat, zul je waarschijnlijk minder vrijheden hebben dan een grafisch vormgever. Als DTP-er werk je vaak met bestaande ontwerpen, huisstijlen en templates. Zo maak je een artikel op met tekst en afbeeldingen in een lay-out die van te voren al is bepaald, bijvoorbeeld voor een magazine.

Om het nog even lastiger te maken, bestaan er ook termen als ‘creatief DTP’ of ‘DTP plus’; deze vallen een beetje tussen grafisch ontwerp en DTP in. Een DTP-functie waarbij er vrijheid is om ook af en toe een logo of huisstijl aan te passen of te ontwerpen.

Als grafisch ontwerper ben je dus bezig met het vormgeven van drukwerk- of digitale uitingen. Daarnaast houdt je bezig met de ‘branding’ van een merk, product of dienst. Je ontwerpt een huisstijl of logo en stelt de richtlijnen op voor het (correct) gebruik hiervan door verschillende mensen in een organisatie. De DTP’er bijvoorbeeld gebruikt de ontworpen templates en ‘vult’ deze verder in.

De verschillende Adobe software

Veelgebruikte programma’s zijn Adobe Photoshop, Illustrator en InDesign. Deze programma’s hebben allemaal andere functionaliteiten en worden dus ook voor verschillende doeleinden gebruikt. In veel gevallen worden de programma’s samen gebruikt om tot één volledig eindproduct te komen.

Adobe Illustrator is in de eerste plaats een professioneel tekenprogramma. Het werkt met vectoren tegenover pixels zoals bij Photoshop. Je kunt een vectorbestand zo groot maken als je wilt, zonder kwaliteitsverlies in de afbeelding. Vectoren zijn paden die bestaan uit een begin- en eindpunt met daartussen een lijn, cirkel of andere grafische vorm. Rek je deze lijn op, dan berekent Illustrator zelf de ruimte en de kleur die ertussen moet komen. Het is een trend om in Illustrator van een ‘plat’ vlak een meer 3D-design te maken door er gradiënten en perspectief aan toe te voegen. Een hele tijd was het ‘flat design’ populair maar de tendens is om daar dus weer meer diepte, variatie en gelaagdheid op los te laten. Een flat design oogt fris en is aantrekkelijk omdat het snel ‘te lezen’ is en je heel snel ziet waar het om draait. Denk bijvoorbeeld aan Nijntje. Iconisch en simpel. Easy on the eye.

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met illustrator

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met illustrator

Adobe Photoshop wordt gebruikt om afbeeldingen te bewerken. Denk hierbij aan bijsnijden, kleuren bewerken, uitknippen en donkerder of lichter maken. Het programma werkt op basis van pixels. Pixels kun je zien als kleine puzzelstukjes van een foto, die je in theorie één voor één kunt bewerken. Wil je een afbeelding uitrekken in Photoshop dan krijg je een ‘pixelachtig’ beeld met een soort kopietjes van omliggende pixels. De foto wordt er dus niet mooier op als je deze groter probeert te maken dan het origineel. Photoshop kan de informatie die tussen het opgerekte gebied moet komen niet zelf generen zoals met vectorbestanden. De informatie in een (foto)pixel is oneindig veel complexer dan een kleurvlak of lijn zoals in Illustrator. Een foto bevat schaduwen en diepte en tonale verlopen die in een vectorillustratie niet voorkomen.

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met Photoshop

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met Photoshop

Adobe InDesign leent zich perfect voor het maken van boekjes, brochures, magazines of andere eindproducten met een combinatie van tekst, beeld. In tegenstelling tot Illustrator en Photoshop, is InDesign zeer geschikt om producten met meerdere pagina’s op te maken. Met gebruik van tekstkaders, typografie, vormen en afbeeldingen ontwerp je zo de lay-out voor een pagina.

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met Indesign

Grafisch vormgeven: voorbeeld van een ontwerp gemaakt met Indesign

 

Welke software gebruik je wanneer?

Met Illustrator creëer je dus zelf een vorm of beeld, in plaats van het bewerken van een bestaande foto. Dit programma is heel geschikt voor het ontwerpen van logo’s, huisstijlen of bijvoorbeeld een visitekaartje. Photoshop gebruik je juist als je een bestaande afbeelding wilt bewerken. Als je alle logo’s, afbeeldingen en teksten af hebt, kun je tot slot InDesign gebruiken om alles samen te brengen in één eindproduct.

Stel, je wilt zelf een informatieboekje maken voor je bedrijf. De foto die je op de omslag wilt gebruiken bewerk je in Photoshop. Vervolgens importeer je die afbeelding in Illustrator en ontwerp je een mooie cover – rekening houdend met de huisstijl van je bedrijf. In InDesign kun je dan alle pagina’s opmaken, de omslag toevoegen en het hele boekje klaar maken voor de drukker.

Wil jij ook leren werken met Adobe Photoshop, Illustrator en InDesign? Boek vandaag nog een cursus DTP!

Wat moet je kunnen als grafisch vormgever?

Allereerst moet je natuurlijk kunnen werken met grafische software om je ideeën uit te werken. Dit hoeft niet persé het Adobe pakket te zijn, al wordt dit wel meestal gebruikt. Maar technische kennis van een grafisch softwarepakket maakt je nog lang geen goede grafisch vormgever. Bij het tot stand brengen van een goed ontwerp komt nog veel meer kijken. Kleurgebruik, compositie en typografie zijn voorbeelden van zaken waar je als grafisch vormgever veel mee te maken hebt. Je hoeft niet persé goed te kunnen tekenen om een succesvolle grafisch ontwerper te worden. Zolang je met gebruik van de computer creatieve beelden en illustraties kan vormgeven, is het niet nodig om met potlood en papier een Picasso te zijn. Dat neemt niet weg dat tekentalent kan helpen.

Een prachtig portfolio


Tot slot is een goed portfolio van zeer groot belang om opdrachtgevers te overtuigen van jouw kunde. In een portfolio wil je naar voren laten komen wat je stijl, vaardigheid en techniek is. Je wilt dus dat dit een aantrekkelijk uitziende verzameling is met een brede variatie aan ontwerpen. Zo belicht je zoveel mogelijk kanten van jezelf als grafisch professional. Bekijk ter inspiratie eens op Behance.

Wil je niet alleen leren omgaan met grafische software maar óók leren denken, kijken en werken als een èchte grafisch vormgever? Boek een cursus bij Art and the City en ga beslagen ten ijs!